Biljart heeft een rijke traditie en blijft een spel dat generaties verbindt. Het is een spel van precisie en gevoel waarbij een goede stoot vaak meer zegt dan duizend woorden. Bij Cue Action krijgt biljart de aandacht die het verdient. De biljarttafels liggen er strak bij en bieden de perfecte omstandigheden voor een mooi spel. Sommige spelers komen al jaren regelmatig langs voor hun vaste partij, terwijl anderen juist voor het eerst kennismaken met het spel. Wat biljarten bij Cue Action bijzonder maakt is de ontspannen sfeer. Er wordt geconcentreerd gespeeld, maar altijd met ruimte voor een praatje en een lach. Dat maakt het een plek waar zowel ervaren spelers als nieuwe bezoekers zich snel thuis voelen. Hoe start je een spel? Wat zijn geldige stoten en fouten? Hoe werkt het puntensysteem? Wanneer win je? Hoe zit het met de speelballen? Het traditie spel
Biljart


Pool Centrum
Vlissingen
Biljart bij Cue Action


Perfect met gezelschap
De basis van snooker, hoe werkt nu?
Snooker wordt gespeeld op een grote tafel met zes pockets en in totaal 22 ballen: 15 rode ballen, 6 gekleurde ballen en één witte speelbal. Aan het begin van het spel liggen de ballen in een vaste opstelling. De startspeler begint vanuit de “D” en moet eerst proberen een rode bal te raken.
Een geldige stoot betekent dat je eerst de juiste bal raakt. In snooker moet je afwisselend een rode bal en daarna een gekleurde bal potten. Pot je een bal volgens de regels, dan krijg je punten en mag je doorspelen.
Fouten ontstaan bijvoorbeeld als je de verkeerde bal als eerste raakt, geen bal raakt, de witte bal in een pocket verdwijnt (scratch), of een bal van tafel speelt. De tegenstander krijgt dan strafpunten.
Elke rode bal is 1 punt waard. De gekleurde ballen hebben verschillende waarden: geel (2), groen (3), bruin (4), blauw (5), roze (6) en zwart (7). Na het potten van een rode bal kies je een kleur om te potten. De gekleurde ballen worden teruggelegd zolang er nog rode ballen op tafel liggen. Als alle rode ballen weg zijn, moeten de kleuren in volgorde worden gepot (van geel tot zwart).
Je wint door meer punten te hebben dan je tegenstander wanneer alle ballen van tafel zijn, of wanneer je tegenstander opgeeft omdat de achterstand niet meer in te halen is.
Je speelt altijd met de witte bal en probeert daarmee andere ballen te potten of tactisch te positioneren. Naast scoren speelt strategie een grote rol, bijvoorbeeld door de tegenstander in een moeilijke positie (snooker) achter te laten.
